Padvinders uit de koloniën bezoeken Koningin Wilhelmina op Het Loo
Van 31 juli tot 9 augustus 1937 verzamelen zich ruim 28.000 padvinders uit 54 landen in de duinen bij Vogelenzang. Ze zijn er voor de vijfde Wereld Jamboree, de vierjaarlijkse bijeenkomst van padvinders tussen de 14 en de 17 jaar oud. Voor een honderdtal padvinders uit Nederlands-Indië en van de Antilliaanse eilanden Curaçao en Saba heeft deze Jamboree nog een bijzondere toegift. Koningin Wilhelmina heeft namelijk de wens geuit “haar kinderen uit Oost- én West-Indië bij haar thuis een gezellige en ongedwongen dag aan te bieden”.
Op 10 augustus reizen de padvinders in drie bussen naar Apeldoorn. Na de aankomst bij het paleis marcheren ze op de maat van een Ambonees fluitorkest naar de bassecour, waar ze zich opstellen voor een troepeninspectie door de koningin. Gezamenlijk bieden de scouts haar een fraaie bloemenmand aan. Vervolgens zijn koningin Wilhelmina, prinses Juliana, burgemeester Quarles van Ufford en vele Apeldoorners die een kijkje zijn komen nemen, getuige van allerlei evenementen en demonstraties door de padvinders: een lichtspel, een Wajangdans, een Chinese draak en een Molukse krijgsdans. De Antilliaanse scouts brengen lokale volksliedjes ten gehore.
Penning
Als aandenken aan hun bezoek krijgen de padvinders een bronzen penning, met de opschriften ‘Wereld-jamboree Holland 1937’ en ‘Het Loo 10 augustus 1937’.
Na dit hoogtepunt van hun reis hebben de scouts uit Nederlands-Indië nog één wens, namelijk om sneeuw te zien. Daarom reizen ze via de Zwitserse Alpen naar Genua waar ze zich weer inschepen voor de thuisreis.
In het Ekersnest
Zes scouts van Saba blijven wat langer in Nederland en keren op 1 september nog een keer terug in Apeldoorn. Ze bezoeken Radio Kootwijk en het Ekersnest; het clubhuis van de Apeldoornse padvinders aan de Jachtlaan. Daar vertellen de Sabanen spannende verhalen over hun eiland, zoals dat over de vampiers in de zwavelmijnen. De Apeldoornse jongens op hun beurt verstoppen de strijdbijl van de gasten in de kachel van het clubhuis. “Enfin”, zo wordt in het padvinderslogboek genoteerd, “de bijl is in Apeldoorn gebleven...”
Dit verhaal is geschreven door Jacqueline Bonnes, lid Onderzoeksgroep Koloniaal Verleden Apeldoorn, in opdracht van CODA














.webp)






















.webp)
.webp)































![Welgelegen, zoals het er rond 1788 uitgezien moet hebben [foto geretoucheerd mbv AI]](https://cdn.prod.website-files.com/60edd96fad5b2f10f1995e77/6937d4c8c637f3c33679aada_Welgelegen%20%5BAI%5D.webp)














.webp)

















.webp)


