Eekhamer of eekbijl
Eekhamer of eekbijl
Eekschillersfamilie in Hoog Soeren, ca. 1910-1915
Eekschillersfamilie in Hoog Soeren, ca. 1910-1915
Eekschillersfamilie bij een tijdelijk onderkomen in Hoog Soeren, 1911 (Foto Richard Tepe)
Eekschillersfamilie bij een tijdelijk onderkomen in Hoog Soeren, 1911 (Foto Richard Tepe)
Eekschillers “in de meibos”
±
-
-
1890
v. Chr.

Wie in vroeger tijd in de maanden mei en juni door de Veluwse bossen liep, moet ze al van verre hebben kunnen horen: de eekschillers van de Veluwe. Het is een jaarlijks fenomeen dat zich vanaf het midden van de 19e eeuw elk voorjaar voordoet; tientallen families trekken dan vanuit de dorpen diep de Veluwse bossen in. “In de meibos gaan” wordt het genoemd.

Hoewel de nachten nog koud kunnen zijn kiezen ze hun woonplaats in de bossen zelf. Veel meer dan een eenvoudige plaggenhut of overdekte kuil kunnen ze zich niet veroorloven. Zodra ze ertoe in staat zijn, worden de kinderen ook aan het werk gezet. Vaak nemen de gezinnen ook hun geit (”armeluiskoe”) en kippen mee het bos in. Voor melk en eieren en omdat ze die niet alleen thuis kunnen laten.

Eek
Vanaf april lopen de jonge eiken uit. Het zure sap dat ze daarbij in de boombast aanmaken wordt gebruikt in de leerlooierijen. De eekschillers worden ingezet om de bast van de jonge takken te slaan en die in repen te bundelen. Voor dit werk gebruiken ze eekbijlen of -hamers waarmee ze, van ’s ochtends vroeg tot zonsondergang, de schil loskloppen van de stammetjes. Alleen in warme middaguren valt het geklop even stil, omdat door de hitte de bast dan minder goed loskomt van de stammen.

Run
De schorsbundels worden door opkopers afgeleverd bij een zogenaamde run- of eekmolen. Daar worden ze vermalen tot het poeder (de ‘run’) waaraan met name in de sterk groeiende leerindustrie van West-Brabant behoefte is. De blank geschilde stammetjes zijn in trek bij de palingrokerijen aan de Zuiderzee en de resterende takkenbossen worden door bakkers gebruikt om hun ovens te stoken.

Eikenhakhoutcultuur
Deze hele micro-economie wordt wel aangeduid met het woord ‘eikenhakhoutcultuur’ en heeft bestaan tot rond 1920. Met uitzondering van een korte opleving in de oorlogsjaren, toen de import van eikenschors uit het buitenland stokte, is de vraag naar Veluwse eek en daarmee de kloppende ‘roep’ van de eekschillers sindsdien verstomd.

deel dit verhaal via


Wat is uw verhaal? Wilt u ook een bijdrage leveren? Dat kan! Klik hier voor meer informatie.

locaties

personen

meer informatie

Draai je telefoon
voor de beste beleving

Door op "ja" te klikken, ga je akkoord met het opslaan van cookies op jouw apparaat om de site navigatie te verbeteren en het site gebruik te analyseren  Bekijk ons ​​cookie- en privacybeleid voor meer informatie.